Maarten, Patrick en Ruud

Maarten, Patrick en Ruud

Jeff Pinkster maakte voor ons jubileumboek drie interviews met bekende Schotenaren uit het nabije verleden:


Een eeuwfeest in Haarlem

De Haarlemse voetbalclub V.V. Schoten bestaat honderd jaar. Voor het eeuwboek maakte ik drie interviews met bekende Schotenaren. Ajax-keeper Maarten Stekelenburg, NAC-speler Patrick Zwaanswijk en scheidsrechter Ruud Bossen vertellen over hun oude club.


Maarten Stekelenburg


Zo nu en dan staan ze op hetzelfde voetbalveld. Maarten Stekelenburg in het goal voor Ajax, Patrick Zwaanswijk in de verdediging bij NAC en daar tussenin scheidsrechter Ruud Bossen. Voetbal werd hun carrière, maar het spelletje leerden ze bij VV Schoten.


Na schooltijd stond hij tijdens de partijtjes voetbal eigenlijk altijd al op doel. Toen de keeper van het jeugdteam bij VV Schoten stopte nam Maarten Stekelenburg zijn positie over. Anderhalf jaar later vertrok hij naar Ajax. Daar groeide hij uit tot de eerste doelman van de Amsterdammers en het Nederlands elftal.

De scouts van Ajax hadden geen minuut later moeten bellen. Het overschrijvingsformulier van VV Schoten naar eerste divisie club HFC Haarlem was net ingeleverd. In allerijl is de moeder van Maarten Stekelenburg op de fiets gesprongen om het formulier weer op te halen. Daarna is ze met Maarten om tafel gaan zitten. Hij mocht naar Ajax. “Ik ben naar buiten gerend en ben bij al mijn vriendjes langs gegaan. Ik was dolgelukkig.”

Dertien jaar oud is Maarten Stekelenburg als hij naar Ajax vertrekt. Zeven jaar daarvoor begint zijn loopbaan bij VV Schoten; direct al met een kampioenschap. “Het is één van mijn vroegste herinneringen aan Schoten,” vertelt Stekelenburg. “We speelden meen ik in de buurt van Halfweg. Na de gewonnen wedstrijd zijn we het kampioenschap gaan vieren in het clubhuis van Schoten. Met limonade.” Lachend: “Bier kwam natuurlijk later pas.”

Nadat hij vanuit Zandvoort verhuist naar Haarlem, en Zandvoort ’74 inruilt voor VV Schoten gaat het snel met de loopbaan van Stekelenburg. Bij Schoten groeit De Steek als jonge voetballer en later als keeper uit tot vaste waarde. Met de beste amateurs van Haarlem komt hij al snel in het districtsteam terecht. Daar ontdekken scouts van Haarlem én Ajax het talentvolle keepertje, dat niets liever doet dan voetballen.

“Na schooltijd voetbalden ik met mijn vrienden steevast op het terrein van Haarlem. Dan stond ik eigenlijk altijd op goal, terwijl ik bij Schoten een veldspeler was. Tijdens wedstrijden vond ik dat namelijk veel leuker,” zegt Stekelenburg. “Lesley Koekenbier stond bij ons in het goal. Toen hij stopte, werd mij gevraagd het seizoen af te maken. Het seizoen daarop werd ik de vaste keeper.”

In de zeven jaar die Maarten Stekelenburg bij Schoten speelt blijft het team ongewijzigd. Het zijn vrienden, die ook samen op school zitten. De trainingen worden verzorgd door Bert Buter; plezier in het spelletje staat voorop. Goede herinneringen heeft Stekelenburg aan de toernooitjes in het buitenland, met z’n allen in een herberg, vaders mee en voetballen maar. De overgang naar Ajax verandert weinig aan het plezier, maar maakt het voetbal plotseling wel een stuk serieuzer.

Stekelenburg: “Wat er dan gebeurt, is echt absurd. Bij Schoten was ik altijd heel zuinig op mijn keeperhandschoenen, het kost nogal wat. Bij Ajax kreeg ik ineens hele setjes mee, verschillende tenues. Noem maar op.” In meer opzichten veranderde het leven van de doelman plotseling. “Het was heel hectisch. Voor school werkte ik altijd even bij de groenteboer, dan ging ik naar school om daarna weer te trainen bij Ajax. Op maandagavonden bleef ik naar Schoten gaan.”

Toch verwatert het contact langzaam. Op zaterdagavonden wordt nog wel eens gestapt, maar uiteindelijk is Stekelenburg bijna permanent bij Ajax. “Mensen vergeten nog wel eens wat je er allemaal voor moet opgeven. Je wordt totaal uit je omgeving gehaald.” Dat moment komt voor de doelman in de A1 bij Ajax. “Richt ik me op een carrière als profvoetballer of ga ik wat anders doen? Ik heb me toen volledig op het voetbal gericht, ik ging naar het tweede en kon aanhaken bij het niveau.”

De Amsterdammers bieden Maarten Stekelenburg een contract hij. “Vanaf dat moment wat het alleen maar voetbal, voetbal, voetbal. Dat was het altijd al, maar ineens was ik een echte prof,” zegt Stekelenburg. “Ik vind het soms nog steeds raar. Als kleine jongen keek ik op tegen Edwin van der Sar, bij net Nederlands elftal kwam ik naast hem te spelen. En nu zijn er weer jongens, bij Schoten, die tegen mij opkijken. Dat is hartstikke raar, maar heel mooi.”


Patrick Zwaanswijk


Zo nu en dan staan ze op hetzelfde voetbalveld. Maarten Stekelenburg in het goal voor Ajax, Patrick Zwaanswijk in de verdediging bij NAC en daar tussenin scheidsrechter Ruud Bossen. Voetbal werd hun carrière, maar het spelletje leerden ze bij VV Schoten.


Zijn carrière volgt het script van een jongensboek. Hij koos voor tennis, maar het werd voetbal. Zijn broer haalde hem terug naar VV Schoten. Daar begon een tocht langs verschillende profclubs. Het bracht hem zelfs tot in Japan. Inmiddels is Patrick Zwaanswijk een vaste waarde bij NAC Breda.

“Als ik ergens in wilde uitblinken, dan moest ik een keuze maken. Het werd tennis, op mijn achttiende ben ik daarom gestopt met voetballen bij Schoten. Een jaar later vroeg mijn broer mij of ik in zijn vriendenteam wilde komen voetballen. Na die eerste wedstrijd bij Schoten 8 ben ik weer zo vaak als ik kon gaan voetballen; ik kreeg weer plezier in het spelletje.”

Na één seizoen in het vriendenteam maakt Patrick Zwaanswijk de overstap naar het eerste van Schoten. Het is de start van een profcarrière die hem langs verschillende clubs voert. Met FC Utrecht speelt hij Europees voetbal, met de club wint hij tot tweemaal toe de KNVB beker. Later speelt hij in het buitenland, bij het Japanse Oita Trinita. Het avontuur houdt twee seizoenen stand. Terug in Nederland groeit hij bij NAC uit tot publiekslieveling.

Zwaanswijk komt rond zijn tiende bij VV Schoten voetballen, later speelt hij bij DCO – in Schalkwijk. “We woonden tegenover het oude Schotenterrein. Als ik niet thuis was, dan was ik bij Schoten,” vertelt Zwaanswijk. “Vanuit het keukenraam had ik goed zicht op het hoofdveld.” Daar legt hij later de basis voor zijn profcarrière. “Toen ik terugkeerde in het vriendenteam Schoten 8 speelden we op dat veld. Het ging fantastisch, ik scoorde vier keer, we wonnen met 5 – 1.”

En dan ontvouwt zich een ouderwets jongensboek. Trainer Ronald Ebbelink vraagt Zwaanswijk voor het eerste. Via Piet Buter loopt hij stage bij AA Gent in België en komt daarna bij Ajax terecht. Precies op het juiste moment, hij is bij de Champions League finale in Wenen die Ajax wint en staat tijdens het afscheid van stadion De Meer tussen de Ajax-grootheden. Hij vertrekt en maakt bij FC Utrecht zijn debuut als profvoetballer.

“Bij Utrecht kwam ik tegelijk met Dirk Kuyt,” vertelt Zwaanswijk, die goede vrienden met de spits werd. “Alles leek goed te gaan, tot ik een brief van technisch manager Hans van Breukelen kreeg. In de brief werd verteld dat ik mocht uitzien naar een andere club met de aantekening dat ‘niets zo veranderlijk is als de voetballerij’.” Via omweg en een stage in Engeland knokt Zwaanswijk zich terug. “In 1999 maakte ik mijn debuut met een invalbeurt van drie minuten. Daarna groeide ik uit tot basisspeler.”

Het buitenland lonkt, een nieuw hoofdstuk in het jongensboek. Een lucratief contract brengt hem naar Japan, hij dient onder de Nederlandse trainer Han Berger. “Ik wilde graag naar het buitenland. Japan was een fantastische ervaring. Dat had ik nooit willen missen.” Toch al na twee seizoenen komt er een einde aan het avontuur. “Toen mijn dochter Japans begon te spreken dacht ik echt ‘wat is dit nu?’ Een internationale school was er niet en Nederlandse clubs toonden interesse in me.”

Inmiddels speelt Patrick Zwaanswijk voor het vijfde achtereenvolgende seizoen bij NAC Breda waar hij is uitgegroeid tot publiekslieveling. “De gemoedelijkheid bij NAC doet soms denken aan de gemoedelijkheid bij Schoten,” vertelt Zwaanswijk. “Die sfeer waardeerde ik ook erg bij Schoten. Niet voor niets kijk ik iedere maandag nog even in de Telegraaf; West II, Schoten.”

Voorlopig denkt Zwaanswijk nog niet aan stoppen. “Ik heb het hier naar mijn zin. Mijn loopbaan loopt natuurlijk wel op zijn einde, maar ik blijf bij NAC zodra ik het fysiek niet meer kan bijhouden. Al is het in een andere rol.” Daarmee is het jongensboek nog lang niet gesloten.


Ruud Bossen


Zo nu en dan staan ze op hetzelfde voetbalveld. Maarten Stekelenburg in het goal voor Ajax, Patrick Zwaanswijk in de verdediging bij NAC en daar tussenin scheidsrechter Ruud Bossen. Voetbal werd hun carrière, maar het spelletje leerden ze bij VV Schoten.


Betaald voetbal zat er misschien wel in, maar net als Marco van Basten scheurde hij zijn enkelbanden. Ruud Bossen moest noodgedwongen stoppen met voetballen, maar wist er als scheidsrechter toch zijn beroep van te maken. Een carrière die bij toeval ontstond, bij Schoten.

“Ik stond een keer te kijken bij het vijfde. De scheidsrechter was niet komen opdagen, en omdat ik bij jeugd al wel eens had gefloten werd mij gevraagd in te vallen. Het was het begin van mijn carrière als scheidsrechter. Vreemd eigenlijk, dit seizoen fluit ik mijn vijfhonderdste wedstrijd in de eredivisie en dat is allemaal begonnen bij Schoten.”

Bossen komt, als ‘echte jongen uit Haarlem-Noord’, op zijn twaalfde terecht bij Schoten. Via Bert Buter, want Bossen voetbalde al bij DSB. Voetbal combineert hij in die tijd met honkbal, net als golf een andere liefde van de arbiter. Bij Schoten doorloopt hij de hele jeugd, onder leiding van jeugdtrainer Han Stouten.

“Die man heeft de jeugd naar een hoger plan getild. Onder zijn leiding maakten we de gloriejaren mee en is de basis gelegd voor latere generaties spelers. Zeventien was ik, toen we op het hoogste jeugdniveau speelde, interregionaal zelfs. Stouten wist iedereen te motiveren, ook al hadden we eigenlijk maar drie echt goede spelers. Van dat team gingen er toen al zes naar het eerste, ik maakte de overstap later. Met dat team zijn we kampioen van Nederland geworden.”

Als rechtsback of voorstopper is Bossen een fysiek sterke speler, die bij het inspelen goed inschuift. Naar eigen zeggen het type dat bij achterstand mee naar voren trekt om ‘oorlog te voeren’. Een echt team dat zich ook inzet voor de club. Ze staan achter de bar, geven leiding aan de jeugd en organiseren avondjes op de club.

“Er zijn flink wat avondjes geklaverjast in de kantine,” zegt Bossen lachend. “Het is een club waar je nauw bij betrokken raakt. Ik heb de B-junioren leiding gegeven en samen met mijn vader zelfs nog eens de hele kantine opgeknapt; de ramen vervangen en alles geschilderd.” Volgens de scheidsrechter is het typerend voor de sfeer bij Schoten. “De gezelligheid staat voorop, je komt er voor je plezier.”

Zelfs als Bossen geblesseerd raakt blijft hij betrokken bij de club. “Aanvankelijk had ik wel moeite om te kijken naar mijn team,” zegt Bossen. “Maar de scheidsrechterscursus die ik in die periode al gevolgd had bood weer andere mogelijkheden. Dankzij Schoten kon ik veel wedstrijden fluiten nadat ik eenmaal bij het vijfde had gefloten.” De KNVB pikte de kwaliteiten van Bossen snel op. Lachend: “Dat is het voordeel van scheidsen, anders dan in het voetbal kun je tussendoor  promoveren”

Vanaf dat moment neemt de carrière van de arbiter een vlucht. “Begin jaren negentig kwam ik in de eredivisie terecht als grensrechter. Sta je bij PSV – Feyenoord ineens de noppen van Van Breukelen te controleren.” Gaandeweg leerde hij dat je in het profvoetbal anders moet fluiten, minder moet lopen. “Bij Schoten liep ik de longen uit mijn lijf, ik wilde alles zelf zien en liet niets over aan de grensrechters.”

Het voetballen zoals hij dat heeft geleerd bij Schoten helpt Bossen nog steeds als scheidsrechter. “Je bekijkt het spel en de overtredingen vanuit je eigen verleden als voetballer, daarom laat ik veel doorvoetballen. Ik ken de trucjes, soms zeg ik dat ook tegen spelers.” Onder meer tegen Patrick Zwaanswijk, in een duel tussen NEC en NAC. Bossen, lachend: “Maar hij ging toen te ver. Dan kan je bij Schoten gevoetbald hebben, maar twee keer geel is rood.”

De ‘jongen uit Haarlem-Noord’ groeit door, wordt aangewezen als internationaal scheidsrechter en fluit in de UEFA cup en de voorronde van de Champions League. Vanwege zijn leeftijd staat de FIFA hem echter niet meer toe internationaal te fluiten. Maar klagen doet hij niet. “Dat ligt nu achter me. Ik heb prachtige momenten meegemaakt, ik heb in een vol Camp Nou in Barcelona gefloten.”

Inmiddels is zijn negentiende seizoen betaald voetbal aangebroken. Maar net als toentertijd volgt hij Schoten nog steeds op de voet. “Op zondagavond is het altijd even kijken naar de resultaten van mijn oude clubje. Dat gaat nooit meer weg.”

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!